Het kan vriezen en het kan dooien…en dit heeft gevolgen voor de balstuit en gewrichten
Het kan vriezen en het kan dooien…en dit heeft gevolgen voor de balstuit en gewrichten
Het kan vriezen en het kan dooien…
… en dit heeft gevolgen voor de balstuit en gewrichten

Na de strenge vorst krijgen we straks vast en zeker een periode dat de sneeuw en het ijs gaan verdwijnen. De fanatieke sporters kunnen er wellicht niet op wachten (schaatsers uitgezonderd)! Toch moeten we voorzichtig zijn om niet te snel het sportveld betreden. Als we in een periode zitten waarin het ’s nachts vriest en overdag boven nul is, hebben we namelijk te maken met ‘opdooi’. Dit is een verschijnsel wanneer het dooiwater niet naar beneden kan zakken door de bevroren laag, die eronder zit. Het dooiwater bereikt daardoor niet de drainage. Bij het te snel betreden van het veld kan de toplaag en een gedeelte van de lavafundering onstabiel worden en bestaat de kans dat er kleine deukjes ontstaan in de fundering.

 
Ook kan de mat door de extreme kou tijdelijk loskomen te liggen van de lavafundering. Door de luchtbel die dan ontstaat, kan het lava eenvoudiger naar boven bewegen waardoor er oneffenheden ontstaan. Door het veld of tennisbaan te (laten) walsen, brengt men de losgekomen lava weer terug in haar oude positie. Maar een zekerheidje is dit niet en kunnen er zelfs blijvende oneffenheden ontstaan.
 
Oneffenheden in de ondergrond of mat hebben voornamelijk gevolgen bij de tennissport. De bal is hier klein en geeft daardoor een onvoorspelbaar gedrag. Bij bijvoorbeeld korfbal zal de sporter veel minder een oneffenheid merken, maar de schade aan de lavafundering is niet minder. Los van de sporttechnische eigenschappen die ontstaan bij vorst en opdooi, moet men ook rekening houden met mogelijke blessures. Te harde ondergrond (vorst) of te zachte ondergrond (opdooi) kan de knieën en enkels van de sporter beschadigen.
 
 

TERUG